Soms zijn er beelden die bijna niet uit je gedachten zijn weg te drukken. Zo spookte heel lang het beeld van een kudde paarden in het Friese Marrum door mijn hoofd, die in 2006 door een overstroming te midden van het woeste water vast was komen te zitten op een miniem heuveltje. Het was een machtig en tegelijkertijd aangrijpend gezicht. Zo’n tweehonderd paarden in paniek, gevangen door de vloedgolf op een heel klein stukje grond, waarop ze elkaar bijna vertrappelden.
Wat het bovendien heroïsch maakte was de wolkenlucht in het avondlicht, waardoor het paardentafereel op het eiland deed denken aan het werk van een Hollandse Meester uit de zeventiende eeuw. Ook herinner ik me het beeld van dat ene paard, de leider, die het erop waagde en ging zwemmen naar de overkant, waarna de rest van de kudde volgde. Een onvoorstelbaar imposant gezicht, zo’n tweehonderd paarden in doodsnood, zwemmend in de kolkende watermassa. Ik zat gekluisterd aan de buis -want het werd allemaal rechtstreeks uitgezonden. Misschien was het wel de oerkracht van deze paardenontreddering die bij mij zo tot de verbeelding sprak.
Uiteindelijk overleefden vijfentwintig paarden dit avontuur niet.
Een paar jaar later zag ik de beelden van deze paardenaffaire terug in een filmpje dat tijdens de uitvaart van Harry Mulisch werd vertoond. (De uitvaart zelf werd overigens ook al op tv uitgezonden. Kom daar trouwens vandaag de dag maar eens om: de uitvaart van een schrijver rechtstreeks op tv!) Mulisch bleek zelfs een foto van de ontredderde paarden in Marrum boven zijn bureau te hebben hangen. Was toch mooi, dat toen bleek dat Mulisch en ik in ieder geval over één ding een soortgelijk gevoel hadden.
Natuurlijk zijn er grimmiger beelden die eigenlijk nooit meer van mijn netvlies zijn gegaan. Vanzelfsprekend horen de beelden van concentratiekampen daartoe, maar in mijn geval gaat het toch ook vaak om dierenleed.
De laatste tijd zijn er spotjes op tv van de Stichting DierenLot, die bij mij door merg en been gaan. Er zijn mooie beelden van ezels die weer kunnen staan, van reigers die weer gaan vliegen. Daar kijk je naar met plaatsvervangende trots. Maar er is ook een beeld van een hondje, dat zo ongelooflijk zielig uit zijn ogen kijkt, en je vragend, bijna smekend aanstaart alsof het wil zeggen: ‘help mij, red mij, ik heb niets misdaan, ik ben onschuldig.’ Ik kan dat beeld bijna niet aanzien zonder vochtige ogen, terwijl mijn hand al naar mijn telefoon grijpt om de noodzakelijke donatie te doen.
Nu moet ik toegeven dat naarmate ik ouder word, de gevoelens wat makkelijker loskomen, maar waarom dat hondje me zoveel doet, blijft gissen. Ik heb geen hond, nooit gehad ook, dus het is niet dat het beest op zichzelf mij deze heftige reactie bezorgt. Ik denk dat het hem meer zit in de volslagen hulpeloosheid van het onschuldige dier. Machteloos tegen de verwaarlozing en mishandeling waaraan het is blootgesteld. Zoiets. En niet onbelangrijk, het dier krijgt een gezicht, zeggen ze er in zo’n spotje voor de zekerheid ook nog even bij. Nou, dat hadden ze niet hoeven doen. Dat treurige hondensnuitje kan ik me op elk moment levendig voor de geest halen.
Soms werken beelden ook op een andere manier op me in, en ontsteken ze mijn woede-lontje. Bijvoorbeeld het beeld van het doordraaien van tomaten. Je weet dat het gebeurt, het gaat snel en efficiënt, en toch kan zo’n simpel beeld van zo’n lopende band met tomaten die in een duistere, donkere bak verdwijnen me raken. Ik heb me weleens laten vertellen dat dat doordraaien bijna automatisch gebeurt. Als er op de veiling geen minimumprijs voor de tomaten wordt geboden gaan ze niet richting cellofaantje, maar dan verdwijnen ze automatisch in die duistere doordraaibak.
Nog heftiger, en ik kan er nóg slechter tegen, zijn beelden van koeien- of varkenskadavers die met een shovel op een hoop worden gegooid, of die met een grijper van uit de hoogte, pats, in een bak worden gedumpt. Het gaat dan meestal om een of andere enge ziekte, Mond-en-klauwzeer, of de varkenspest. Vaak verschijnt er dan nog even een treurige boer in beeld die iets zegt in de trant van: daar sta je dan, je hele levenswerk in één klap weg!
Ja, en wat dacht je van die varkens of koeien? Niet hun levenswerk, maar hun hele leven is in één klap weg.
Enfin, nog even de kiezen op elkaar. Nog niet zolang geleden zag ik een in het geheim opgenomen filmpje van een dierenbevrijdingsbeweging, waarin ons het lot van eenden op niet mis te verstane wijze werd voorgeschoteld.
Die eenden waren al in paniek, luid fladderend en gillend, en werden rücksichtslos, ja er is geen betere term voor dan dit oer-Duitse woord, bij de nek gepakt en in een doos geflikkerd. Hoeveel geknakte vleugels, pootjes en eenden halzen deze actie oplevert werd er niet bij verteld, maar dat laat zich raden.
Nou ja, deze beelden die ik hier de revue laat passeren vallen in de categorie gruwelijk. Maar soms zijn de beelden iets minder gruwelijk en blijven ze me toch dagenlang voor de geest. Onlangs was er weer zo’n beeld, dat maar bij me door bleef malen.
In Westbroek waren zo’n veertig koeien door de stalvloer gezakt en in hun eigen drek terecht gekomen. De koeien verdronken bijna in hun eigen stront. Als het niet zo treurig was, zou je erom moeten lachen. En als je dit een maand geleden in een verhaal of artikel over mestproblematiek zou neerpennen, zou het als een te groteske en kitscherige beeldspraak door een goede redacteur zijn geschrapt. Zo zie je maar weer: de werkelijkheid blijkt altijd weer krankzinniger dan de fantasie.
Die ontredderde koeien, ondergedompeld in hun eigen stront, in paniek de neuzen boven het gieroppervlak houdend, hakten er bij mij wel in. Treurig, droevig, en ook het woede-lontje stak weer even de kop op. In ieder geval merk ik dat dat beeld van die koeien in hun eigen drek maar niet uit mijn hersenpan wil wegzakken.
Ik heb er over nagedacht of ik bij dit stukje foto’s en filmpjes moest plaatsen: heb je het over beelden, zitten er geen plaatjes bij! En één beeld, zo wil immers het cliché, zegt meer dan duizend woorden. Maar ik ben uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat ik dat niet moet doen. Iedereen heeft natuurlijk zo zijn eigen iconische beelden, en die moet je niet met andere beelden in de weg gaan zitten. Bovendien hoop je dat niet de beelden, maar de verbeelding uiteindelijk zijn werk doet, en de ‘beelden’ laat beklijven, zelfs al heb je ze niet zelf gezien.
Anyway, ik las over deze hele gierkoeienaffaire een geweldig stuk in het satirisch online magazine ‘De Speld’. Ik geef toe, ik ben een tikje jaloers, want ik had deze oneliner graag zelf verzonnen, maar dat is niet zo. ‘De Speld’ schreef in de kop van het satirisch artikel: “Geredde koeien inmiddels veilig aangekomen in het slachthuis.”
Ik moest er in mezelf bijna onbedaarlijk om lachen. En onmiddellijk kwam natuurlijk de vraag bij me op of ik over zoveel dierenleed in een lachstuip mocht raken.
Maar dat is weer een heel ander verhaal.
Bron: De Speld 17-1-2025
Lees het laatste positieve klimaatnieuws hier.